In Noord-Nederland neemt zorg- en welzijnsvraag sneller toe dan aanbod werkenden
Het is duidelijk dat de zorg- en welzijnssector te kampen heeft met personeelstekorten. Het nieuwe Prognosemodel Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn van ABF Research in opdracht van het ministerie van VWS laat zien dat de tekorten in Noord-Nederland de komende 10 jaar nóg verder gaan toenemen.
Figuur 1: Prognose vraag, aanbod en aantal werkenden zorg en welzijn Noord-Nederland 2024-2035, referentiescenario
bron: ABF Research 2025, bewerking ZorgpleinNoord.
Figuur 1 laat de verwachte ontwikkeling zien van de arbeidsvraag en het personeelsaanbod van werkenden in de noordelijke zorg- en welzijnssector tussen 2024 en 2035. Volgens het referentiescenario (d.w.z. bij gelijkblijvend beleid) zijn er in 2035 32.000 meer werkenden in de sector nodig dan in 2026. Deze verwachte stijging, van 203.000 naar 235.000, bedraagt 16% in 10 jaar tijd.
Een toename van 16% in tien jaar tijd. In dezelfde periode groeit het aanbod van werkenden voor de noordelijke zorg- en welzijnssector met slechts 4%, van 196.300 naar 205.100 werknemers en zelfstandigen. Door frictiewerkloosheid1 ligt de verwachte vervulde vraag in 2035 (daadwerkelijk aantal werkenden) met 200.200, nog wat lager dan het totale aanbod van werkenden op de noordelijke arbeidsmarkt. Het tekort aan werknemers en zelfstandigen loopt daarom op naar 32.400 werkenden in 2035, ruim drie keer zoveel als in 2026 (8.900).In verhouding tot het totaal aantal werkenden loopt het noordelijke personeelstekort op van 5% in 2026 naar 16% in 2035.
Figuur 2: Prognose personeelstekort werkenden zorg en welzijn Noord-Nederland 2026-2035, referentiescenario
bron: ABF Research 2025, bewerking ZorgpleinNoord.
Tussen de provincies zijn geen opmerkelijke verschillen waar te nemen in de verwachte ontwikkelingen van het personeelstekort (figuur 2). In alle provincies neemt het tekort ongeveer even snel toe. De situatie in Noord-Nederland is vergelijkbaar met die voor heel Nederland. In dezelfde periode groeit het landelijk personeelstekort naar verwachting namelijk naar 327.700 werkenden in 2035, dat is ook ruim drie keer zoveel als het tekort van 93.500 in 2026.
Grotere verschillen in personeelstekorten tussen branches verwacht
Tussen de branches binnen de sector zullen naar verwachting grotere verschillen gaan ontstaan in de personeelstekorten. Tabel 1 laat zien dat de relatieve tekorten per branche in 2026 variëren tussen de 2% en 7%. Tot 2035 zullen deze tekorten toenemen, maar in de ene branche meer dan in de andere.
De grootste tekorten worden verwacht in de verpleging en verzorging (geen thuiszorg). In deze branche groeit het tekort van 2.000 werkenden in 2026 naar ruim 13.300 werkenden in 2035. In verhouding tot het aantal werkenden bedraagt het tekort in 2035 op dat moment naar verwachting meer dan één derde van het aantal werknemers en zelfstandigen. Ook in de thuiszorg nemen de tekorten stevig toe. De forse toename van het tekort in deze branche kondigt zich al een tijdje aan. Eerder constateerden we in de publicatie Data & Duiding al dat het aantal werkenden in de VVT al enige jaren stagneert.
Ook in de huisartsenzorg zien we sterke verwachte stijging van het personeelstekort. In deze relatief kleine branche neemt het personeelstekort toe van 6% in 2026 naar één vijfde (20%) van het aantal werkenden in 2035. Dit is een verontrustende ontwikkeling wanneer in ogenschouw wordt genomen dat de zorgvraag in de toekomst steeds meer in de 1e lijn zal moeten worden opgevangen om de zorgkosten beheersbaar te houden.
Figuur 3: Prognose personeelstekort werkenden Noord-Nederland naar branche 2026 en 2035, referentiescenario
| Tekort (aantal) | Tekort (% werkenden) | ||||
| 2026 | 2035 | 2026 | 2035 | ||
| Verpleging en verzorging | -2.000 | -13.300 | -6% | -34% | |
| Thuiszorg | -1.100 | -4.100 | -5% | -16% | |
| Kinderopvang (incl. peuterspeelzaalwerk) | -800 | -2.500 | -6% | -17% | |
| Gehandicaptenzorg | -900 | -2.400 | -4% | -9% | |
| Overige zorg en welzijn | -800 | -2.300 | -4% | -11% | |
| Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg | -500 | -2.000 | -2% | -8% | |
| Geestelijke gezondheidszorg | -1.000 | -1.500 | -7% | -11% | |
| Huisartsen en gezondheidscentra | -400 | -1.500 | -6% | -20% | |
| Universitair medische centra | -400 | -1.200 | -3% | -9% | |
| Sociaal werk | -700 | -1.200 | -7% | -13% | |
| Jeugdzorg | -300 | -500 | -6% | -10% | |
| Totaal Zorg & Welzijn | -8.900 | -32.400 | -5% | -16% |
Wanneer de personeelstekorten worden uitgesplitst naar functiegroep zien we dat deze deels een spiegel zijn van de tekorten per branche. In tabel 2 staat de top 10 van de grootste personeelstekorten in 2035 naar functiegroep, waarin de top 3 wordt gevormd door de zorgfuncties die passen bij verpleging, verzorging en thuiszorg: verzorgende, mbo-verpleegkundige en helpende zorg en welzijn. Zowel in absolute aantallen als in verhouding tot het aantal werkenden worden voor deze functiegroepen de grootste tekorten verwacht.
Figuur 4: Top 10 personeelstekort werkenden Noord-Nederland naar functiegroep 2026 en 2035, referentiescenario
| Tekort (aantal) | Tekort (% werkenden) | ||||
| 2026 | 2035 | 2026 | 2035 | ||
| 1. Verzorgende (mbo-3) | -1.600 | -6.500 | -11% | -42% | |
| 2. Verpleegkundige (mbo-4) | -800 | -3.000 | -7% | -24% | |
| 3. Helpende zorg & welzijn (mbo-2) | -300 | -2.400 | -4% | -35% | |
| 4. Maatschappelijke hulp en dienstverlening (hbo) | -600 | -1.500 | -5% | -12% | |
| 5. Pedagogisch werker (mbo-3) | -400 | -1.200 | -5% | -14% | |
| 6. Zorghulp (mbo-1) | 0 | -1.100 | 0% | -4% | |
| 7. Verlos- en verpleegkunde (hbo) | -400 | -1.100 | -5% | -13% | |
| 8. Pedagogisch werker (mbo-4) | -300 | -900 | -5% | -14% | |
| 9. Medewerker maatschappelijke zorg (mbo- 3) | -200 | -900 | -3% | -15% | |
| 10. Medewerker maatschappelijke zorg (mbo-4) | -200 | -700 | -3% | -10% | |
| Totaal Zorg & Welzijn | -8.900 | -32.400 | -5% | -16% |
Opvallend is daarnaast dat de tekorten voor functiegroepen die maatschappelijk hulp en zorg bieden sterk toenemen. Dit geeft stof tot nadenken, omdat het beleid koerst op een verschuiving van zorg naar welzijn. Deze verwachte verschuiving, waarbij preventie een grotere rol speelt en zorgvragen meer in het ‘voorliggend veld’ moeten worden opgepakt, is in het gebruikte scenario voor bovenstaande cijfers niet meegenomen. De tekorten in deze functiegroepen zijn daarom waarschijnlijk nog groter dan zich hier laat aanzien.
Tot slot
De nieuwe arbeidsmarktprognose voor Noord-Nederland laat zien dat de vraag naar zorg en welzijn veel sneller toeneemt dan het aantal werkenden, met als gevolg een oplopend personeelstekort. De grootste schaarste wordt verwacht in de verpleging en verzorging en aan de zorgberoepen verzorgende, verpleegkundige en helpende.
Om de personeelstekorten te temperen blijft het belangrijk om de instroom, het behoud en de doorstroom van de medewerkers te bevorderen. Denk hierbij ook aan het inzetten van technologische en sociale innovaties om zorg- en welzijnsprofessionals zo optimaal mogelijk in te zetten. Maar dat alleen is niet voldoende. Een belangrijke oorzaak van de groeiende personeelstekorten is de oplopende zorgvraag. Het anders invullen en terugdringen van de zorgvraag is een essentieel onderdeel van de oplossing. Er wordt daarom ook veel verwacht van het verschuiven van zorg naar welzijn en gemeenschap. In onze Data & Duiding gaan we dit thema en de gevolgen voor de arbeidsmarkt dit jaar verder verkennen.
In dit artikel hebben we de getracht de belangrijkste ontwikkelingen in de prognose voor het voetlicht te brengen. Meer resultaten van de prognose zijn te vinden op de website van het prognosemodel. Voor meer informatie over het prognosemodel kun je contact opnemen met het onderzoeksteam van ZorgpleinNoord.